Hoofdtekst
Marie van 't W. in Grote-Brogel die had de naam van 'n heks, en dat was er ooch een. Want, Strooie Bert, dat was eigenlijk ne Gabriéls, maar in de volksmond zegden ze daar Strooie Bert tegen. Die ging eens op jacht met 't geweer en hij zag daar nen haas zitten en hij schoot hem dat hij in de hult (gracht) trulde. 'Die is er aan' zei hij en hij ging er henne maar hij vond niks. Maar hij had Marie van 't W. 'n oog uitgeschoten, want hij kwam ze tegen toen hij naar huis ging en ze had maar een oog niemeer.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Marie van 't Weverke uit Grote-Brogel werd ervan verdacht een heks te zijn. Toen Strooien Bert ging jagen, schoot hij een haas neer. De man ging kijken, maar zag niets. Op zijn weg naar huis kwam Strooien Bert Marie tegen, die maar één oog meer had.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
239
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Marie van 't Weverke   
Strooien Bert   
Naam Locatie in Tekst
Grote-Brogel   
Plaats van Handelen
Grote-Brogel   
