Hoofdtekst
Een maaier krijgt het warm en doet zijn "kabbezäölke", zijn "wejmeske" uit. Het ding loopt plots over de weide. Toen is de pastoor in processie moeten komen. Het zat vol luizen.
Beschrijving
Een man die aan het maaien was, gooide zijn mes op de grond. Omdat het mes voortkroop over de weide, moest de pastoor met een processie komen. Het mes zat vol luizen.
Bron
J. Venken, Leuven, 1968
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (maasvallei)
546 (2)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stokkem   

