Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TBERG0127_0128_21983

Een sage (mondeling), 2003-02-5 2003-02-5 (foutieve datum)

Hoofdtekst

29C’ Maar hier bleef de miserie duren. Ik werd altijd ziek, dat was om de veertien dagen, om de week al bedemen (weldra) niet meer. Dat ik altijd na tien uur arig (ziek) werd, zo is het. 28C’ Ik moest er nog mee lachen, maar ik kreeg bijkans slaag van de doktoor. 29C’ Ja, ja. 28C’ Ik vond dat zo arig (vreemd), de auto in en de deur van de auto open en ze zei tegen mij: "Wacht nog een beetje." Het kon nog over gaan, zei ze.29C’ Ja, dat was elke keer veertienhonderd frank dat ik moest betalen. 28C’ En ze stapte naar die deur en ze belt. En een poot binnen en ‘t was gedaan. En betalen.29C’ Ja, je moet betalen, lijk als we gaan.28C’ En ze mankeerde niks meer. 29C’ Ja, en ik mankeerde niks meer. Ik zal maar hout vasthouden. Lijk als we gaan…28C’ Ja, dat was altijd na tien uren. 29C’ Altijd maar, dat mens heeft me gekoeioneerd, maar ze wilde me wel van de wereld afhelpen. Want in het kinderbed ook, dat was verschrikkelijk, dat is.28C’ En toen is dat begonnen.29C’ Ja, ja. Ah, dat was haar tweede wens, dat ik daar mocht inblijven. Nu weet ik het terug. Dat was haar tweede wens, maar die derde die weet ik niet meer. Ja, dat zijn er al twee die ik weet. Misschien dat ik het seffens nog weet. En dan was hier ook nog eens, maar dat is heel dikwijls geweest, zat ik van voor, Louis? Ik zeg: "Louis, ik heb het terug zitten." Ik werd arig (ziek). En dat is, ze nijpen je keel toe. 28C’ Je versmacht.29C’ Je versmacht.28C’ Maar ik heb die haar hart horen gaan. Tot aan de voordeur en daar lag ze. Tot aan de voordeur. Maar dan stond die deur open en ik hoorde dat bonken. Omdat de doktoor (dokter) moest komen. Ik zeg: "Allé kom, ik zal de deur al open doen."29C’ Ja, want ik lag daar in de zetel. 28C’ Maar dat kon jij niet geloven, dat kun je niet geloven.29C’ En zo, dan mocht je je handen afkappen of met een mes insteken. Ik voelde niks meer, niks. Niks meer. En ja, de doktoor wist het. Die kwam binnen en Louis was heimelijk aan het lachen, is het niet waar?28C’ Nee, dat was ginder als ik binnenstapte. 29C’ Ah, was dat ginder.28C’ Nee, jij kan toch niet meer uitleggen wat dat jij meegemaakt hebt. x Ja maar, ik zal het wel volgen.28C’ Ja, je slaagt er overal los door peis ik. En de derde wens was dat wij gelukkig zouden geweest zijn, haar eigen kinderen. En zij niet.29C’ Ja, en ik niet.x Ja.29C’ Het was mijn schoonmoeder. Dat verstond je eruit.28C’ Maar ze kon haar van in het begin niet zien.29C’ Nee, ik was niet welkom. x Ja.29C’ En ik heb nooit geen vlieg kwaad gedaan en altijd gewerkt, gewerkt, gewerkt.

Beschrijving

Een vrouw werd iedere twee weken na tien uur 's avonds ziek. Ze kreeg het dan benauwd en moest naar de dokter gaan, aan wie ze duizendvierhonderd frank moest betalen. Daarna voelde de vrouw zich weer gezond. De vrouw werd geplaagd door haar schoonmoeder. Die schoonmoeder had gewenst dat haar schoondochter in het kraambed zou sterven. De schoonmoeder had ook gewenst dat haar eigen kinderen gelukkig zouden worden, maar haar schoondochter niet.

Bron

T. Bergen, Leuven, 2003

Commentaar

2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
29C' en 28C'
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Rillaar    Rillaar