Hoofdtekst
Ik hee dat geweten. Langs de Bruggesteenweg weunde der een vrouwmins. En de paster gink do ne keer binnen en ze wos aan ’t spellewerken. En ze werkte, en ze werkte ol dat ze koste. En de paster vroeg: "Heej no vele werk di?" "Jok", zei ze, "en ‘k goa Zundag weg" en ze zei no woa dat ze ollemoale gienk, en ’t woaren ol slichte platsen. En de paster had ne stok mee, en je zette hem doa in nen hoek. Mo zen heet dee Zundag toch niet uut heur huus gekunnen. En achternoa zei ze tegen de paster: "Ge hee me gehet hé!"
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een pastoor was op bezoek bij een vrouw die ijverig aan het kantklossen was. "Heb je nog veel werk?", vroeg de pastoor, waarop de vrouw antwoordde: "Ja, ik ga zondag weg". De vrouw noemde de plaatsen waar ze zondag naartoe zou gaan. Het waren allemaal slechte plaatsen. De pastoor liet zijn wandelstok achter in een hoek van het huis van de vrouw. Op zondag kon die vrouw haar huis niet verlaten. Daarop sprak ze tot de pastoor: "Jij hebt me mooi beetgenomen!"
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
west-vlaams (groot-roeselare)
277
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Roeselare   
