Hoofdtekst
’t Was binst den oorloge. M’aan e vet zwien. Me wieren gepakt deur de Duutsche. Me moesten da zwien aan gon geven an de kommandateure in Gistel. Emma zei: "Je moe do nie mee inzitten, vanavend zit da zwien were in ze kot." Nu, ’t zwien wier geleverd mè de camiong. Mo ’s avends, ’t zat agliek were in ze kot. Aja, Emma koste etwa meer dan ’n ander ee.
Beschrijving
Tijdens de oorlog raakte een gezin uit Ettelgem een vet varken kwijt aan de Duitsers. De mensen moesten hun varken afgeven aan de kommandateur van Gistel.
Een vrouw uit de buurt sprak tot die mensen: "Jullie moeten daar niet bedroefd om zijn. Tegen vanavond zal dat varken weer in zijn hok zitten". Zo was het ook.
Een vrouw uit de buurt sprak tot die mensen: "Jullie moeten daar niet bedroefd om zijn. Tegen vanavond zal dat varken weer in zijn hok zitten". Zo was het ook.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (nw van houtland)
24.9
WOI of WOII
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitser   
Naam Locatie in Tekst
Ettelgem   
Plaats van Handelen
Gistel   
