Hoofdtekst
Weet je wuk dat ‘k nog hoord èn van vramassons? ’t Passeerde olle dunderdagnacht etwot oenzichtbaar. En ze zein dat dat vramassons woren. Die vramassons mosten nieten doen. ’t Moste dor olle jore een buten. Van wuk dat ze zieder leefden dat is oenbekend. Ze moeten zieder gesteund geweest èn van de rieke stinkers van Diksmude en Ieper.
Beschrijving
Iedere donderdagnacht kwamen onzichtbare wezens voorbij. Dat waren framassons. Bij de vrijmetselaars moest ieder jaar één persoon vertrekken.
De vrijmetselaars leefden wellicht van de financiële steun van de rijkaards uit Diksmuide en Ieper.
De vrijmetselaars leefden wellicht van de financiële steun van de rijkaards uit Diksmuide en Ieper.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (vrijbos)
87C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
