Hoofdtekst
Henri Maertens van Koolskamp hèt nog betoverd geweest deur da wuveke van Declercqs. Da vrouwmens ging in den ast achter een potje loofzaad. En ze vroeg aan Maertens voor mee te gaan in den donkeren. En achter een ende gaan liet da wuveke heur vallen en Henri raapte z’ip. Tot drie keers toe. En je vertelde dadde aan z’n maten (vrienden) en dedie zeien dat ie betoverd was. En een beetje later je wierd ziek en j’hèt overal geweest maar da beterde niet en je gieng dood. En o t’ie dood was, ging die toveresse alten gaan lezen maar da wuuf van Maertens hèt ze ne keer van ’t hof gesmeten en z’hèt ton moeten naar de juge gaan daarvoor. En ’t leeft daar nu nog een dochter van.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw die in de ast een potje loofzaad ging halen, vroeg aan een man om met haar mee te gaan omdat het donker was Een eindje verderop liet de vrouw zich tot driemaal toe vallen. De man raapte haar telkens weer op. Later vertelde de man aan zijn vrienden wat er was gebeurd. Zijn vrienden zeiden dat hij betoverd was. Kort daarop werd de man ziek. Hij ging bij verschillende mensen te rade, maar niemand kon hem genezen, zodat de man uiteindelijk stierf. Toen de man dood was, kwam de toveres altijd bidden, maar ze werd verjaagd door de weduwe.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
276
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zwevezele   
