Hoofdtekst
1.A Ja, die moeder van moeder Wippelberg, hé, die bleef achter met zeven kinderen en dan trokken die naar de Watering. Die vader was altijd ziek. Hij was maar achtenveertig jaar als hij stierf, en soms kende hij zijn eigen kinderen niet, hé. Hij ging ook altijd lopen en soms liep hij wel tot aan brug drie -toen woonden ze nog wel op het Sluiske, hoor- en dan kwam hij teruggelopen en ging hij in de hoek zitten onder de schouw, zo' een grote schouw, hé, en dan riep hij: "Sluit de deur, sluit de deur, want daar is ze".X En wie was "ze"?1.A Ja, dat wisten ze niet, wie dat was! Hij zag dat in zijn verbeelding, hé. En dan zei die moeder: "Daar komt niemand aan ", zei ze dan. "Er komt niemand, Frans, ge moet niet bang zijn!"1.A "Jawel", zei hij dan, "want ze heeft me altijd achternagezeten. Ik heb hard gelopen om haar voor te blijven, maar nu is ze vlak achter mij. Sluit de deur!" Haar ja, die moeder deed dat dan niet, hé. Zij was niet bang. Maar als ze dan 's nachts gingen slapen, dan kon hij niet slapen. En dan woonden ze naast een boer, die ook koeien had. Dan ging hij recht in bed zitten en dan Zei hij: "Kijk eens, de koeien van hiernaast vreten al onze kolen op!" Dat zag hij allemaal in verbeelding. De moeder zei dan: "Slaap maar, dat is niet waar", en zo. Nu, die dochter moest met de koeien altijd gaan weiden en dan kwam hij... nee, dan was ze op hun stuk gaan weiden en dan kwam hij daar gegaan en zei hij: "Zeg, wicht, weet ge wel dat dat van ons is?" Dat was zijn eigen dochter, die kende hij dan niet. En dan holde hij weer verder. 2. Weet ge wat een wicht is? X Ja, een meisje, is het niet? 2. Ja.1.A Ja, dan liep hij maar weg, want hij had nergens rust. Nergens niet, hé. Maar op den duur kon hij niet meer gaan lopen en dan moest hij voor altijd in bed blijven liggen: hij had kwade benen en zo van alles, hé. En toen zei de buurman: "We zullen er eens voor naar Boom gaan "• Wat was er daar in Boom?Daar was het geestelijk, nee wereldlijk, wereldlijk (onze grootmoeder bedoelt hier de paters van Bornem. Zij waren Norbertijnen en woonden in de Kloosterstraat). En toen ging hij en die man had daar drie dagen voor nodig. Die kon nergens doorgeraken. Dan stond hij voor een groot water en dan stond hij voor een groot bos. Hij kon nergens door. naar op den duur was hij dan toch in Boom aangekomen, na drie dagen, hé. En dan kwam hij terug en zei tegen die moeder dat er niets meer aan te doen was, dat het al te ver gezet was. "Maar ik kan de naam noemen, door wie hij lijdt", zei hij. En dat was zijn eigen schoonzuster (Trien Van Mechelen) . Ja, en die woonde in Retie. Nu, de mens, die stierf op den duur en toen hij nog dood boven aarde lag, toen stierf ook het paard en twee koeien, dezelfde nacht. En moeder Wippelberq en nonkel Louis (de broer van haar moeder; Louis van Wuytsuinkel), hier van 't Zand, hé, -toen gingen ze 's avonds altijd botermelk drinken aan een stand- zij konden van die stand niet weg. Er zaten allemaal katten rond hun benen. X Katten?1.A Zwarte katten. Dat zei moeder Wippelberg, hoor. En toen zeidenze: "Valt maar op uw knieën en bidt maar". En dan gingen de katten weg en zo deden ze dan voort, hé. Die mens van Boom had tegen diegene, die er naar toe was gegaan, gezegd: "Ze zal vannacht aan de deur komen, ze zal drie keer kloppen en vragen: "Toke, doe eens open". En 's nachts kwam ze. "Toke, slaapt ge al?" Driemaal. Maar ze mocht niets zeggen, hé. En ze zei niets ook niet en toen ging ze terug. Maar toen wisten ze wie het was, hé. Het was die schoonzuster. Ja, op die begrafenis kwam ze ook en toen had ze de twee kleinen al aan de hand. Nonkel Louis was maar vier jaar en onze moeder maar zes. En toen had ze (de zogenaamde heks) die twee aan haar hand en toen zei de ander: "Trien, ge hebt me nu al genoeg geplaagd en laat nu mijn kinderen gerust!" Se, en toen wist ze dat Toke dat wist en toen hebben ze er geen last meer mee gehad. Toen was dat gedaan. Ja, onze moeder geloofde daarin, zulle. Ik weet het ook niet, maar ik denk dat die mens suikerziekte gehad heeft, hoor, want de zwarte stukken vielen uit zijn been. Hij was maar achtenveertig en de mens had zo iets, hé.X Ja.1 Ja, die mensen geloofden in zo iets, in de hekserij, hé.X En dat was dan de kwade hand.1. Ja, en dat was de kwade hand, zeiden ze. Ja. Heeft uw moeder zo nog iets meegemaakt?
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Oude alleenwonende vrouwen werden er vaak van verdacht heksen te zijn. Een zieke man uit Retie herkende soms zijn eigen kinderen niet en had vaak hallucinaties. 's Nachts meende hij bijvoorbeeld te kunnen zien hoe de koeien van zijn buurman zijn kolen opaten. Op andere momenten zag hij een heks langs de deur binnenkomen. Uiteindelijk zond men die man naar de Norbertijnen in Bornem. De man deed er drie dagen over om bij de paters te geraken. Zijn weg werd nu eens door een vijver en dan weer door een groot bos versperd. Bij zijn thuiskomst meldde de man dat er niets aan zijn kwaal te doen was. Toen de man op de achtenveertigjarige leeftijd was gestorven en zijn lichaam opgebaard lag, stierven 's nachts twee koeien en een paard. De echtgenote van die man ging 's avonds altijd met haar botermelk drinken. Aan dat kraam zaten de benen van de mensen vol zwarte katten. Wanneer men knielde en begon te bidden, liepen de katten weg. De vrouw had van een pater de volgende raad gekregen: "De schuldige zal vannacht aan de deur komen. Ze zal driemaal kloppen en vragen om open te doen, maar je mag niets zeggen". De vrouw volgde de raad op en kwam te weten dat haar schoonzus de schuldige was. De heks had zelfs het lef om naar de begrafenis te komen en nam daar twee kinderen van de vrouw bij de hand. Daarop liep de vrouw naar de heks toe en zei: "Je hebt me nu al genoeg geplaagd. Laat mijn kinderen met rust!" Daarna heeft de vrouw nooit nog last gehad van de heks. Wellicht had die man aan suikerziekte geleden, maar destijds schreef men alle onheil toe aan de kwade hand.
Bron
C. Verheyen, Leuven, 1982
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (arendonk)
1A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Bornem   
Bornem (paters van)   
Norbertijnen (Bornem)   
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   
Plaats van Handelen
Bornem   
Retie   
