Hoofdtekst
’t Was hier ne rijke jongen die leefde mee zijn moeder, stief slicht. Os zijn moeder stierf, ze vroeg dat ie olle dage één weesgegroetje zou lezen. En ie beloofde’t. Ze ging dood. En der kwam nen aap bij hem, die hem stief goed diende. Ie koste nie beter zijn. Der zei hem ne keer ne pater: "Betrouwe gij dien’aap? En hè je gij niet beloofd?" "Bah ja’k. En ‘k doe ‘k ik dadde." "Ge meugt nooit laten van lezen, of ie ga jou de nekke ofwringen." "Ja, ‘k krijge ‘k ik benauwd", zei den anderen. En de pater begoste te lezen en te lezen, en ol mee ne keer, dien’ aap vloog deur ’t veistere, en ie ’n hè nooit meer were gekomen.
Onderwerp
SINSAG 0862 - Teufel in Affengestalt wartet darauf, dass sein Herr das tägliche Gebet versäumt; er wird von dem Geistlichen wiedererkannt und vertrieben.   
Beschrijving
Een jongen leidde samen met zijn moeder een slecht leven. Op haar sterfbed liet de moeder haar zoon beloven dat hij iedere dag één weesgegroetje zou bidden. Nadat de zoon dat had beloofd, stierf zijn moeder. Daarna verscheen er een aap die de zoon met alles hielp. Op een dag sprak een pater tot de jongen: "Vertrouw jij die aap? Heb je niets beloofd?" De jongen legde uit dat hij had beloofd om dagelijks een weesgegroetje te bidden en dat hij die belofte ook hield. Daarop sprak de pater: "Je mag dat gebed nooit verzuimen, want anders zal die aap jou de nek omwringen". Omdat de zoon bang werd door die woorden, begon de pater lange tijd te bidden. Op zeker ogenblik vloog de aap door het raam naar buiten en hij is nooit meer teruggekeerd.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (menen en omstreken)
112
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geluwe   
