Hoofdtekst
Hènderik, de broor van Liebeke Terwing, dèi is nog enen toer (tijd) weerewouf gewèis, en er kosj (kon) dao eigelik niks aan doen, al waor het ouch ene smeerlap (deugniet). En toen zijn vader hem dat eens zag hèit er 'm bekans de stroots (strot) tówgepitsj (toegenepen). Mer die kosjten dao niks aan doen, dat ze dat waoren...
Beschrijving
Hendrik is lange tijd weerwolf geweest, zonder dat hij daar iets kon aan doen. Zijn vader wilde hem de keel dichtknijpen, maar het was Hendriks schuld niet dat hij weerwolf was.
Bron
P. Knabben, Leuven, 1970
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (maasvallei)
M/II/4
fabulaat
Bandopname
Naam Overig in Tekst
Hendrik   
Naam Locatie in Tekst
Maasmechelen   
