Hoofdtekst
Ter was ne wildstroper en ie vertelde dat als ie op een zekere plaatse kwam, dat er op de loop van zijn geweer een “kieske” (kaarske) kwam zitten. Ie durfde niet meer schieten.
Beschrijving
Een stroper zag altijd een kaarsje op de loop van zijn geweer zitten wanneer hij op een bepaalde plaats was. Hij durfde dan niet meer te schieten.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
23
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
