Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MREYN0149_0150_19694

Een sage (mondeling), 1965

Hoofdtekst

D’Hofstee bachten de boerderij waar da’k kartan wos, hèd wok geplaagd geweest van verkeer. ’t Had daar ne keer ne boer vermoord, en ’t wos ne grote pit bachten d’hofstee. En oe ’t ie dronke inkwam j’haalde zin peerd uut en reed ton rond deur de vruchten, en up ne keer hèd ne versmoord in die pit. En van ton voort hèd daar gespookt. ’s Nachts hoorden ze de koeien lik zupen, en drinken en ton nerevallen lik voor dood. Maar ’s anderdaags ’s nuchtends stonden die koeien were gezond. En t’hèn twee kapelaans daar hulder ne dood aangehaald, den deên van Sleihage en van Nieuwkerke, en de boerinne zei olsan tegen de aflezers: "’k Wete kik wel wuk dat er hier ommegaat." - want ze wiste zi van dien dronkaard.

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Een boer die dronken thuiskwam, haalde zijn paard uit de stal en reed door de vruchten. Op een nacht was de boer verdronken in de put achter de boerderij. Sindsdien spookte het op de boerderij. 's Nachts hoorde men de koeien drinken en vervolgens neervallen alsof ze dood waren. 's Ochtends gedroegen de koeien zich volkomen normaal. Een kapelaan uit Sleihage en één uit Nieuwkerke kwamen op een dag de boerderij overlezen. De boerin sprak tot de geestelijken: "Ik weet wel wat er hier aan de hand is".

Bron

M. Reynaert, Leuven, 1965

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
159
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Passendale    Passendale   

Plaats van Handelen

Sleihage    Sleihage