Hoofdtekst
Beschrijving
De jonge markiezin du-Pont-d’Oie hield vaak feestelijke bijeenkomsten met rijke mensen, waarbij werd gedanst en gedronken. Op een dag kwam er een reiziger met een mantel, die aan de portier vroeg of hij mee mocht feesten en daar mocht overnachten. De portier ging het aan de markiezin vragen en kwam even later terug met de boodschap dat het in orde was. Later op de avond werd er wat geruzied, waardoor er een kleine brand ontstond nadat men met olielampjes was beginnen gooien. Toen één van de gasten zich bukte om een olielampje op te rapen dat onder de tafel lag, zag hij dat de reiziger bokkenpoten had. Vervolgens liepen de gasten allemaal tegelijk weg. De mantel en het paard waren de enige sporen die de reiziger achterliet.
Bron
W. Van Wesenbeek, Leuven, 1969
Commentaar
3.1 Duivels
brabants (brussel en omstreken)
498
fabulaat
Naam Overig in Tekst
markiezin du-Pont-d'Oie   
du-Pont-d'Oie (markiezin van)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Ulriks-Kapelle   
Plaats van Handelen
Pont d'Oie   
