Hoofdtekst
Tovenaar zet verbrand van kind over op jong varken.In de Walen was er ook eens iets. Dat was in de geburen. Twee jongens hadden ze daar. Die grote had de kleine op de schoot en die kleine had zich verbrand. En Julie ging daarvoor naar Nivelles, naar een vent. En hij had gevraagd of er geen jonge gaste waren waar hij dat verbrand kon op over zetten. En ze had gezegd dat er nog kinderen in de geburen waren. 'Dat mag niet op een kind, had hij gezegd, en daarbij dat is heel moeilijk.' 'Maar wij hebben nog een klein varken.' 'Dat is goed', zei hij. 's Anderendaags was dat genezen en dat verbrand was overgezet op dat varken. En blauw en rood dat die poten van dat varken zagen en die ogen wit van schrik. Maar 's avonds was dat gedaan. En ons Jo, een zuster van onze vent, zei: 'En ik heb zo geroepen en ge hebt niet gehoord. Want uw varken heeft toch zo geschreeuwd.' Toen ging ik zien en toen zagen wij dat. Zo, dat er toch wel mensen waren die dat kosten.
Beschrijving
In een huis in Wallonië had een jongetje zich verbrand. Men ging voor het jongetje naar een genezer in Nijvel, die vroeg of er nog jonge wezens in de buurt waren, waar hij de brandwonden kon op overdragen. "Er wonen nog kinderen in de buurt", had de moeder gezegd, maar daarop had de pastoor geantwoord: "Het mag niet op een kind zijn, want dat is heel moeilijk". De volgende dag was het jongetje genezen en had een klein varken brandwonden. 's Avonds was het dier genezen.
Bron
A. Michielsen, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (land van herentals)
688
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herenthout   
Plaats van Handelen
Nijvel   
Wallonië   
