Hoofdtekst
X: Kent ge zo geen plaatsen waar het toverde?Hewel, ik heb bij een boer gewerkt, zijn beesten deden raar in zijn stal. En als het uitkwam, ’t was de boer zelf, hij gaf zijn beesten slagen. Dat was toveren. En er kwam daar een oud vrouwmens overweer en een oude vent, en dat waren de toveraars.
Beschrijving
Op een boerderij in Leupegem gedroegen de dieren zich vreemd. Men schreef het gedrag toe aan toverij, maar uiteindelijk ontdekte men dat de boer zijn dieren sloeg.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
oost-vlaams (zuiden)
25E
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leupegem   
Plaats van Handelen
Leupegem   
