Hoofdtekst
De kallegeete kam ’s navonds kijken aan d’upperluchten, je zag djuste neur kop, ze stond op neur achterpoten, en als je passeerde aan de brugge, ze liep achter je en ’t en durfde niemand aldaar meer gaan.
Beschrijving
De Kallegeit ging 's avonds op haar achterpoten bij de huizen staan, waar ze langs de raampjes naar binnen keek. Niemand durfde nog in de buurt van de brug te komen uit angst om door de Kallegeit te worden achtervolgd.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (franse grens)
141
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kallegeit (Beveren)   
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
Plaats van Handelen
Beveren   
