Hoofdtekst
’t Was een oud wijveke en ze ging ruiten insteken bij de mensen. We zaten ne keer te gare en ze vroeg: "Moet ge ne keer ulder planete weten?" Ik en verkeerde nog niet, mijn schoonbroere wel. Ze zei tegen hem: "Ge zult er nooit mee trouwen", tegen mij zei ze: "Ge zoudt de meiskes nog wat farsen ophangen." Ze lei de kaarten en ze zei tegen mij: "G’en zult maar ne kleinen numero trekken." En mijn schoonbroer ne groten. En ’t was waar.Z’haalde ne marbel uit: "Steek het in uw zak en g’en zult het niet meer kunnen houden." ‘k Stak het in mijn zak. ‘k Hield het vaste en ’t was al weg tegen dat ze de kaarten geleid had. ’t Was een kaartelegster. Ze kostte meer dan d’andere door boeken. ‘k Moest dan dat marbelke in de wal gooien. Ze kapte weer de kaarten en ’t marbelke zat in ’t toepke. "En dat ik het inzwolge", zei ik, "’k zou ‘t er weer uit krijgen" zei ze.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een oude vrouw die ruiten ging plaatsen in de huizen, kon de toekomst voorspellen. Op een dag legde de vrouw de kaarten voor twee jongens. Tot de ene jongen sprak ze: "Je zal nooit trouwen met het meisje dat nu je vriendin is". De andere jongen kreeg te horen: "Jij zal de meisjes nog heel wat poetsen bakken!" De vrouw voorspelde ook dat de ene jongen tijdens de loting een hoog nummer zou trekken en de andere een laag. Zo gebeurde het ook.
Daarop gaf de vrouw aan één van de jongens een knikker en zei: "Stop die in je zak. Je zal die knikker niet kunnen bijhouden". Zodra de vrouw de kaarten had gelegd, was de jongen gedwongen om de knikker weg te gooien.
Daarop gaf de vrouw aan één van de jongens een knikker en zei: "Stop die in je zak. Je zal die knikker niet kunnen bijhouden". Zodra de vrouw de kaarten had gelegd, was de jongen gedwongen om de knikker weg te gooien.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (zuiden)
117
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zwevegem   
