Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDEWI0067_0068_42767

Een sage (mondeling), 1956

Hoofdtekst

De geest van de Dijle.Onze vader die had alle weken een kuip vis. Op een avond gaat hij met Jan van ma tant vissen en ze komen den Deelberg in. Ze waren in floranse (op dreef zijn) om te gaan vangen en het was heel klaar maan, zodat ge alles kondt zien. Ze waren samen in reson (gesprek) en het dondert zonder bliksem. Ze deden voort en op een moment komt er daar aan de Muizenhoek een bootje aangevaren en ze denken, dat is een wijf dat nog gaat roeien. Maar als die dichter kwam, zagen ze dat dat wat anders was. Dat bootje kwam stroomopwaarts gevaren van Mechelen en zonder roer. En recht er in stond een vrouw, helemaal in 't wit met een heel lang kleed. 't Was oprecht een schoon uffra. En als ze aan hun kwam zei ze, en schoon op de letter: 'Hebt ge dat gerucht in de lucht niet gehoord?' En onze vader die nochtans gene schrikkentist was, liep toen rap den Deelberg op en Jan die dierf naar huis niet gaan slapen. En dien boot, ja, die kwam van Mechelen en stroom-op.

Beschrijving

Een man ging op een avond samen met een vriend in de maneschijn vissen. De twee mannen hoorden gedonderd, maar zagen geen bliksem. Op zeker ogenblik kwam bij de Muizenhoek een bootje aangevaren. Het bootje voer stroomopwaarts en had geen roer. In de boot stond een knappe juffrouw rechtop. Ze droeg een lange witte jurk en sprak in mooi Nederlands tot de mannen: "Heb je dat geluid in de lucht niet gehoord?" De vissers liepen bang de Deelberg op.

Bron

L. De Wit, Leuven, 1956

Commentaar

1.1 Watergeesten
antwerps (mechelen en omgeving)
8
Vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Muizen    Muizen   

Plaats van Handelen

Muizenhoek    Muizenhoek   

Deelberg    Deelberg