Hoofdtekst
A: En altemets als ze entwaar een lichtje of wat, een ding zagen branden en dat ze ernaar toe gingen en dat ’t almeteenkeer verder vloog.X: Dat was een doodkaars?A: Dat was een doodkaars dat ze zeien. Rn ja, maar dat was in in mijn vaders zijn tijd né, dat hij dat al vertelde. Ik heb, en ja, ze zeggen altemets: "’t Is al superstitie, ‘k heb nog nooit iets gezien." Ja maar nu, een vrouwmens is vaneigens né, ge zijt ’s avonds op gang niet né. Maar een mannemens is dikwijls altemets nog een keer ’s avonds op gang né.
Beschrijving
Mannen die 's avonds op pad waren, zagen vaak lichtjes, waarvan ze dachten dat het doodkaarsen waren.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
7
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
