Hoofdtekst
‘k Heb ik nog etwa (iets) raars gehoord, nè (kijk) ’t ene brengt ’t andere mee. En dat was van een boer die naar huis ging langs een wegel en aan den ene kant was ’t gracht en aan den andere een hage. En ’t liep daar ’s navonds altijd vol van de katten, en asje (als ge) schopte je kreeg ze noois (nooit). En op een keer je schopte hij al gelijk naar zo’n katte en j’had ze ook. Maar je wierd hij toch zo van den ene kant naar den anderen gesmeten en op een einde, gauw, je wierd hij in die gracht gesmeten; Wat zeg je daarvan?
Onderwerp
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Een boer liep op een avond naar huis langs een weg die aan de ene zijde door een haag en aan de andere zijde door een gracht werd omgeven. Op die weg zag men altijd veel katten. Als men naar ze schopte, dan kon men ze nooit raken. Op een dag was de boer er toch in geslaagd één van de katten te raken. Het volgende ogenblik werd de man echter door een vreemde kracht in de gracht gegooid.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
104
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
