Hoofdtekst
Alle Tet fan 'e Harkema wie in tsjoenster. Sy wie blau om 'e kop doe't se dea wie en sa slop as in flarde. Wy ieten as bern noait hwat fan har op, hwant dan krigen wy in pod yn 't liif seinen se.
Beschrijving
Een tovenaarster was na haar dood blauw om haar hoofd en zo slap als een doek. De kinderen hadden nooit iets van haar gegeten, omdat men zei dat ze dan een pad in hun lijf zouden krijgen.
Bron
Corpus Jaarsma, verslag 130, verhaal 7
Commentaar
13 december 1966
Alle Tet kan geïdentificeerd worden met Tietje Zwerver, 1829-1902 (opm. Willem de Blécourt).
Naam Overig in Tekst
Alle Tet   
Naam Locatie in Tekst
Harkema   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
