Hoofdtekst
Ne weerwolf dat is eigenlijk ne mens in persoon. Gij weet wat ich wil zeggen. En daar was eens ne jongen en die vrijde met 'n meid. En ze kwamen van de kermis en op ne keer toen ze zo nen hoek gewandeld hadden toen zegt hij tegen zijn meid: 'Ich moet eens de heg achter en daar zal u nen hond tegenkomen bedimme (aanstonds) misschien. Weet ge wat ge doet. Hier is mijne zakdoek, geeft hem die.' En wie ze thuis kwamen had hij de stukker nog tussen zijn tanden hangen.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een jongen die met zijn vriendin terugkwam van de kermis, sprak tot het meisje: "Ik moet even een boodschap doen achter de haag. Mocht er een hond op je af komen, gooi dan deze zakdoek naar het beest". Toen ze thuiskwamen, zag het meisje dat haar vriend de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (noord-west)
294
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hamont   
