Hoofdtekst
mene pôt had op e kastiel gewoeund mêd een madam; en dô spoukten het alle nachte nô 12 oere; en het rammelde en alles; en as ze ’s merges opstonde, was alles trug op z’n plôts.
Beschrijving
Een man en een vrouw die in een kasteel woonden, hoorden na middernacht altijd een vreemd gerammel. Wanneer ze 's ochtends opstonden, was er echter niets vreemds te bespeuren.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
246
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zepperen   
