Hoofdtekst
Al heel lang geleden koem ne jongen eens loat trug van de kermis. Onder de boan koem hij opeens een heer tegen woa heel in het zwat gekleid was. Dè heer was heel vriendelijk en vroeg oan de jongen of hij effekes mee mocht goan. Toen ze e bitje gestapt hoanen, heurde de jongen opeens muziek in de loch; hij wist nie woa dat beteikende. Mais omdat hij enige pintjes gedronken hoa, hoa hij helegans geine sjrik. Toen noem dèè zwatte heer hem opeens vast en ze begosten te dansen. Dat hoa zo ene hele taid gedoerd en toen heurde de jongen opeens gein muziek meer. Hij kiekte eens goed rond zich en hij kos nergens de zwatte heer nog zien. Toen kreeg hij opeens sjrik want dat speelke betrouwde hij niet goed. Hij wilde toen rap thous goan mai hij vond zijn boan nie mai. Dat moes wel de duuvel geweest zin woa met hem gedansd hoa en woa hem verdoold hoa; de jongen hèt nog de hele naach moeten rondlopen om zijn boan trug te vinden want hij was helegans de boan kwait.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
SINSAG 0902 - Teufel tanzt mit Mädchen (Mann), das tanzen will, wenn es auch mit dem Teufel wäre. Erkannt am Pferdefuss. (Bocksfuss).   
Beschrijving
Een jongen die 's avonds licht beschonken terugkwam van de kermis, kwam onderweg een heer tegen die helemaal in het zwart was gekleed. De heer was heel vriendelijk en liep een eindje met de jongen mee. Na een tijdje hoorde de jongen muziek en begon de zwarte heer met hem te dansen. Opeens hield de muziek op en was de heer spoorloos verdwenen. De jongen was verdwaald en bereikte pas 's ochtends zijn huis. Die zwarte heer moet de duivel zijn geweest.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (borgloon)
533
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoepertingen   
