Hoofdtekst
Onze zeune Willy had d’excessen (stuipen) en we goengen naar een wuveke hier uit ’t gebeurte, Tieleke Vangeluwe, en dedei zei: "Ge moet een henneke gaan ipofferen naar de paters van Kachtem." En we goengen naar de paters en dedie wilden da niet en we moesten ’t geld geven en we pakten dat henneke mee naar huis en sedertdien hèt dat henneke d’excessen gehad en ’t had blauwe faisanteplumen en ’t hèt nog drie jaar geleefd ton. En die zeune was genezen en pertang vroeger had ie da straf. En j’hèt da nooit nie meer gehad.
Beschrijving
Een jongen die stuipen had, kreeg van een vrouwtje de raad om bij de paters van Kachtem een hen te offeren. De paters aanvaardden de hen niet, maar vroegen geld. Toen de mensen de hen mee naar huis namen, stelden ze vast dat het dier stuipen kreeg en dat de jongen genezen was.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
west-vlaams (o van houtland)
455
Zoon van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zwevezele   
