Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0126_0126_30225

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

In den tijd werkten de mensen thuis. De zaterdag gingen ze op de Stook bij een vramens kaarten. Als ze een tijdje kaartegen, viel da vramens in slaap. “De rosse is were vertrokken”, zei ’t er iemand. Als ze wakker kwam, zei ze dat ze van haar geklapt hadden op de molen. Zo, mijn vader gaat er ’s anderendaags naartoe en vraagt of ’t waar is. Ze zeggen van ja.Nu, de zoon werd ziek, ie is al vloeken gestorven. Van tuus af waren ze nooit meer gerust. ’t Er was daar ’s nachts lawijt, de zeilen draaidegen averechts, en ’t er kwam daar altijd ne zwarten hond rondlopen. Mijn vader moest er ne keer naartoe en dienen hond kwam aan zijn voeten liggen. Ge kost niet binnen geraken, en ie was verplicht were te keren.Ze zijn bij de paters geweest, en ze hebben beloofd een kapelleke te zetten op de molen, om verlost te zijn. Een kind komt ziek, en ze gaan om de paster. Ie gaf ulder een “madoeldeke” mee, maar dan verslechtege niet noch en verbeterdege niet. “Ter zal iemand komen aan de deure”, zei de paster, “maar ge moogt niet antwoorden.” Nu dat oud wijveke komt kloppen. De man zat spoelen te maken en de vrouw kooktege “karnemelk”. Op de vragen van ’t meetje antwoordege niemand. De vrouwe zou graag ne lepel karnemelk in haar wezen gesmeten hebben, en de man een schietspoele naar haar hoofd, maar de paster had het verboden. “Ge hebt wel gedaan”, zei ’t ie de paster. En ze zijn verlost geweest. ’t Kindeke is genezen.

Onderwerp

SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.    SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.   

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Enkele mensen gingen op zaterdag kaarten bij een buurvrouw. Na een tijdje te hebben gekaart, viel de buurvrouw in slaap. Toen ze weer wakker werd, zei ze dat men op de molen over haar had gesproken. Toen de boer die daar zat te kaarten, de volgende dag naar de molen ging, vernam hij dat het waar was.
De zoon van de molenaar werd ziek en is vloekend gestorven. ’s Nachts hoorde men er lawaai. De molenwieken draaiden in de verkeerde richting en er liep altijd een zwarte hond rond, die de mensen de toegang tot de molen versperde. De molenaar ging naar de paters en beloofde een kapelletje op de molen te bouwen om van het kwaad verlost te zijn. Toen er een ander kind ziek werd, gaf de pastoor de molenaar een medaille en voorspelde dat er een vrouw op bezoek zou komen. Men mocht niet met die vrouw spreken. Er kwam inderdaad een vrouw langs. De molenaar en zijn vrouw moesten zich bedwingen om de vrouw geen kwaad te doen. Daarna is het kindje genezen.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
257
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Ronse    Ronse