Hoofdtekst
Onder, tegenover de Bungalow, in de bem (= beemden) is de 'Grondeleer', doa is e groot water, ene bôan (= bron). Doa is eens ene ingevallen met pjaad (= paard) en kar; terna kwam het pjaad alleen terug boven, het was uitgespannen en al! dat he(ef)t zich gered. Doa wareter (= waren er) ook nog eens drie op Kjôasna(ch)t (= Kerstnacht) heengegaan, ze zijn nooit terug(ge)komen.
Onderwerp
SINSAG 0980 - Der Glockenpfuhl.   
Beschrijving
Tegenover de Bungalow in de beemd is een put, die de Grondeleer wordt genoemd. Ooit is er een man met paard en kar in die put gevallen. Het paard heeft zich kunnen redden, maar de man is verdronken. Enkele mensen die op kerstnacht naar de put gingen, zijn nooit meer teruggekomen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1152
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Grondeleer (bron in Membruggen)   
Bungalow (bij de Grondeleer)   
Naam Locatie in Tekst
Membruggen   
Plaats van Handelen
Grondeleer   
