Hoofdtekst
2 Y -Wel ja, dat ging over, hoe zou ik zeggen, personen bijvoorbeeld die gesneuveld waren in nen strijd hé, die plotseling overleden dus hé en ze moeten weerkomen hé. De mensen zeggen : “Kijk hij is plotseling dood hé.” Een zachte dood allez, maar dat is het ergste dat ge kunt hebben hé, uw geest is niet aangepast, ge zijt plots uit uw lichaam hé, verstaat ge. (ik lach)2 -Als ge direct overlijdt en ge ziet uw lichaam, pas op ge kunt dat direct niet loslaten hé. Bijvoorbeeld oude mensen die langzaam sterven die werden dat gewaar die hebben geen vrees niet meer d’er zijn d’er veel die vertellen :”ik zie dat, ik zie dat of ik zie dat.” I -En blijft uw geest nog verderbestaan zo?2 -‘t is te zien hoe lang dat ge aardsverbonden blijft hé. Wat aardsverbonden is, dat zijn de lagere identiteiten dat ze zeggen hé. ... die komen niet altijd met slechte bedoelingen hé, dat moogt ge niet aanvaarden hé, maar diegenen die aardsverbonden blijven die kunnen lange tijd rond(dwalen) en die kunnen wel thuis zoeken of iets, iets doen verschuiven, door den duur kwaad aanrichten hé. Dan moet ge zeggen ge moet naar het licht gaan of zoiets.I -Hebt ge verhalen gehoord van terugkerende doden?2 -Wablief? I -Hebt ge zo verhalen gehoord van terugkerende doden?2 -Ik versta u niet.I -Zo van terugkerende doden, bijvoorbeeld mensen die terugkomen omdat een mouw van hun doodskleed niet aangenaaid was en dan moet dat aangenaaid worden en zo. 2 -Ja die kunnen weer gem???tiseerd (dit woord is slecht verstaanbaar) worden, ja, dat is juist dat, dat kan bestaan, maar dat is niet lang hé, dat is niet lang. 4 -Hebt gij dat dat hier geweten?2 -Nee, dat is meer in het modern dus.3 -Dat is niet iets dat hier gebeurd is?2 -Nee, maar dat bestaat.II -Ze is vooral geïnteresseerd in hetgeen dat hier gezegd wierd.I -En waren d’er hier zo geen mensen die zogezegd terugkwamen bij hun familie of zo om ‘t één of ‘t ander te eisen.2 -Dat is geweest, maar dat wierd aanzien als toverij, als spoken en de een zegt: “Wat heeft de die gezien?” of “Ze is een beetje tielt hé.” Maar nu de moderne wetenschap onderzoekt dat hé. Er zijn veel verschijnselen hé.5 -Maar het is wel zo dat ge daar tegenwoordig veel minder van hoort dan vroeger hé. 2 -Van hetgeen gij vraagt hoort ge minder, maar nu zijn er moderne dingen, andere dingen. Dat is van vroeger.5 -Maar ik denk dat de mensen vroeger gemakkelijker gingen fantaseren, tegenover nu heb ge t.v. dat was niks hé vroeger en dat de mensen gemakkelijk ..., de straatverlichting.3 -Ze waren ook niet ontwikkeld.5 -En de mensen waren onwetend hé, de diploma’s dat bestond in den tijd niet vanaf dat ze twaalf,dertien jaar waren, moesten ze gaan werken op het land en wat weet ik allemaal hé. 4 -Vanaf tien jaar.5 -Dat is waar hé, gaan patatten rapen en gaan koren stekken.2 Z -Allez, ik ga een voorbeeld geven van een dwaas bijgeloof, allez gij zoudt nu morgen huwen, huwen hé, wel morgen mocht gij uw verloofde, uw aanstaande man niet meer zien voordat ge getrouwd waart hé.I -Waarom niet?2 -Ah, een soort bijgeloof, een traditie die berust op bijgeloof dat mocht niet zijn.II -Wanneer mocht dat niet?2 -Niet meer zien voordat ge in de kerk kwam.II -Ah, jaja.2 -Dat weet ik nog goed.I -En als ge dat wel deed, wat gebeurde er dan?2 -Niets, dat was een bijgeloof hé, ja kom hé, maar in bepaalde families was dat ...5 -Wat dat ik ook geweten heb ...II -Als ge ‘s andrendaags ging trouwen mocht ge uw ... 2 -‘s morgens malkander niet (zien) voor dat ge in de kerke zat. Zo van kijk ik ga agauw (gauw) nog iets brengen of dat een keer of zoiets hé. Dat weet ik nog heel goed.II -Ah, nee, dat mocht niet.5 I -Wat dat ik geweten heb als kind ook, als er onweer was hé, wel in ieder huis was er zo’n wijwatervatje en een palmtakje ...II -Ah ja, ‘t Sint-Jans-evangelie.5 -En daarmee gingen ze rond het huis binnen voor het huis, de donder dat was de donder hé, de bliksem dat was geen donder, dat was de donder die op ‘t huis sloeg hé, de bliksem niet.2 -Dat was meer in bepaalde ...3 -G’het (ge hebt) er gij die dat nog doen ze!5 -Ik heb dat geweten als kind hé.2 -Dat zijn bepaalde krachten die ze weer oplossen, witte magie hé5 -mijn vader zijn tante hé dat was ...(Informanten praten zo erg door elkaar dat men er nauwelijks kop of staart aan krijgt.)2 -Een gewoon persoon en kan dat niet hé. Een persoon kan dat doen, maar als dat geen medium is, komt er daar niets van voort hé.5 -Ik weet niet.2 -Dat moet een medium zijn voor iets te doen hé.II - ...mijn moeder haar moeder het Sint-Jans-evangelie opzei thuns (toen). “in het begin was ‘t woord, ‘t woord is vlees geworden ...” en dan liep ze rond ‘t huis met zo’n palmtakje.3 -Ah ja ja.
Beschrijving
Mensen die een plotse dood stierven, bijvoorbeeld door te sneuvelen in een oorlog, keerden na hun dood vaak weer. Bij een plotse dood is de geest immers niet aangepast om het lichaam te verlaten.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
2Y
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Strijpen   
