Hoofdtekst
In ’t Vrijbus, vertelde mijn moeder, stoend’er letter (weinig) huziges, en ’t woren er toen nog van plak en stak dat ze zelve makten. En ’t weunde dor e wuveke in, in een van die hutjes met vier of vuuf joengens. Zo de man wos nog niet thuus en ol de deuren woren up slot. En up e zekern avond ze klopten up dat wuvekes deure en dat wuveke zegt: "Wie is er dor?" "Doe mor open, ’t is goed volk die hier is." En dat wuveke zegt: "’k En durve niet want ‘k zijn veel te benauwd om open te doen o mijn man hier niet thuus is want ’t zit hier veel te vele aardig volk in ’t bus."Mor nu met kloppen en doen en schone klappen, dat wuveke dei toch open. Zo dat wos lik soort èn here die voor heur stoend enne vroeg o ze geen schaarsheid (tekort) hadde van teten. Zo dat wuvke zegt: "Mo bajaak", zegt ze, "met mijn klene kindjes en met de dageure van mijn vint." "Zoej kunnen holpen zijn met e brood of drie?" Zo, dat wuveke wos vaneigen kontent want ze kreeg drie broôn. En zegten dorup: "Van Bakelandt moej gij niet benauwd zijn. Bakelandt gaat bij zuk geen orme menschen om te stelen, ’t is bij de rieke. En je moet joen deure niet meer sluten o’t avond is. Bakelandt gaat waken over joen. ‘k Zijn ik Bakelandt!" "Mor, menere toch," zei ze, "gij zijt fraai en ze zeggen oltijd dat Bakelandt zuk nen droeven vint is!" "Ewel," zegten, "Bakelandt is niet droef voor zukke menschen lik gij. Me gon wieder kommen met vlees voor joen." En ze droegen dien avond dor èn holf zwijn in huus voor dat wuveke.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In het Vrijbos stond een huisje waarin een vrouwtje met vier of vijf kinderen woonde. Omdat haar man nog niet thuis was, had het vrouwtje alle deuren op slot gedaan. Op zeker ogenblik werd er aangeklopt. "Wie is daar?", vroeg het vrouwtje, waarop een stem antwoordde: "Het is goed volk". De vrouw durfde echter niet openmaken omdat haar man nog niet thuis was en omdat er veel rovers in het bos vertoefden. Na een tijdje liet de vrouw zich toch overhalen om de deur open te maken. De heer die voor haar stond, vroeg of ze geen gebrek aan voedsel had. Daarop antwoordde het vrouwtje: "Jazeker, wij hebben kleine kindjes en mijn man verdient niet zoveel". De heer sprak: "Zou je geholpen zijn met enkele broden?". Toen de vrouw de drie broden dankbaar in ontvangst had genomen, zei de heer: "Voor Bakelandt hoef je niet bang te zijn. Hij gaat niet bij arme mensen stelen; alleen bij de rijkaards. Je hoeft je deur 's avonds niet meer op slot te doen, want Bakelandt zal je huis bewaken. Ik ben Bakelandt!" Daarop sprak de vrouw geschrokken: "Maar Meneer toch, jij bent knap en men vertelt altijd dat Bakelandt zo'n lelijke man is!" Diezelfde avond bracht Bakelandt nog een half varken naar de vrouw.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
112A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Baekeland (bende van)   
bende van Baekeland   
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
Plaats van Handelen
Vrijbos   
