Hoofdtekst
Als ge naar stallicht wijst, rotten uw handen af.'k Weet nie of da gij d'r van g'hoord het van die stallichten gelak a ze zeien. En die kwamen altijd oemtreent oep dezelfde plaats en a we die dan zagen en we vroegen aan ons moeder wa da was, dan zei die: 'Da zijn geesten; dat zijn kinderen die a nie gedeupt zijn.' Die waren wel zoe groot (verteller maakt met vinger vorm van een peer) en die goengen zoe weg en weer mor altijd zo oep dezelfde plaats en 't gebeurde da ge ze dan acht dagen nie meer zaagt en dan waren z'er wer. En ons moeder zei: 'Ge meu (moogt) d'r nie henne wijzen want dan rotten oe handen af.' Zo'n licht hemmek is gezien, daar bij ons boven den Drijhoek over de bossen, sewaaile (somstijds) heel hoog – da kost hoog gaan zenne – mor gewoonlijk zoe mor ne meter of tien, vijftien. Mor da was altijd oep dezelfde plaats.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Stallichten verschenen altijd ongeveer op dezelfde plaats. De lichtjes waren ongeveer zo groot als een peer en bewogen de hele tijd heen en weer. De mensen vertelden dat stallichten de zielen van ongedoopte kinderen waren. Soms kon het gebeuren dat men een stallicht acht dagen niet zag en dat het daarna plots weer opdook.
Bron
H. Hendrickx, Leuven, 1962
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (overgangsgebied antwerpen - kempen)
42
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schilde   
