Hoofdtekst
’t Wos e wreê vint enee Bakelandt? En o ’t etwor kermesse wos up prochietjes, Bakelandt speelde up èn accordeon. En otten hij etwor wilde dansen woren d’er bijkans geen meischges die dosten. In die hutjes in de busschen wos er herberge. En o z’e slag geslegen an, ze mochten ulder toen droenke drinken. Bakelandt zelve wos de chef. En die dor wilde bijgon moste èn eed ofleggen dat ze gingen doen wuk datten zei. ’t Ee nog gebeurd, laze ‘k ik in dien boek, dat er verraders woren die ’t met de dood bekochten.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Wanneer er ergens kermis was, speelde Bakelandt accordeon. Bijna geen enkel meisje durfde met hem te dansen. Als de rovers ergens een inbraak hadden gepleegd, gingen ze hun succes vieren in een herberg in het Vrijbos. Wie lid wilde worden van de roversbende, moest een eed afleggen. Rovers die verraad pleegden, werden door de bendeleider gedood.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
122C
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
Plaats van Handelen
Vrijbos   
