Hoofdtekst
’t Alvermennekeskoot da war ne groête poel, e groêt rond koot. Dao stond ooch bos. Dao durfden wê nie komen. Dao zaten de alvermennekes. Da waren klein mennekes. As ge ’t er schoên schotels nao toe brocht, dan scheten ze ’t er op. Brocht ge vuil schotels dan maokten ze ze proper. We gingen ’t er altêd een half uur om. Die mennekes zaten dao in de grond.
Beschrijving
Het Alvermannekeskoot was een grote ronde diepte waar bomen stonden. De alvermannetjes leefden daar onder de grond. Wanneer men de dwergjes propere schotels bracht, deden ze er hun behoefte op. Wanneer men hen vuile schotels bracht, maakten ze die schoon.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (beringen en omstreken)
17
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Alvermannekeskoot (Koersel)   
Naam Locatie in Tekst
Koersel   
Plaats van Handelen
Alvermannekeskoot (Koersel)   
