Hoofdtekst
’t Boek van Bakelandt wos e boek wor dat er vele verzinsels in woren. De gebroers Lybeer van Rozebeke, dat woren twee boerezeuns, kwamen van Langemarkkermesse en ze woren angerand. T’ed een weggeschopt (weggevlucht) en den deen is ziek gekommen. Enn’ed olleszins berecht geweest want Bakelandt ging dor binnen enn’hoorde de paster bezig. Loden wos de werkman bij de moeder van die twee zeuns. Enn’hadde verdriet d’rin gekregen omdatten zag hoe dat dat ofgelopen hadde. Bakelandt e Loden doodgesteken. Enne moste meegon als voorman om in te breken. Enne trok hem were otten de berechtinge hoorde en Bakelandt zei toen tegen hem: "Dat is ’t loon voor je schone daad!" Den andern boerezeune èn ze an den hals holpen en z’èn toen up de weg geleid. En z’èn gevoenden deur e vint die dor te peerde ofkwam en dat peerd doste niet meer deure gon want ’t wos benauwd van dien hoop blaten. En toen keekten enne zag dor die boerezeune liggen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In het boek over Bakelandt stonden veel verzinsels. Twee broers uit Rozebeke die terugkwamen van de kermis in Langemark, werden aangevallen door de bende van Bakelandt. De ene man werd door de rovers gevangen genomen en de andere kon op de vlucht slaan. De man die was gevlucht, werd echter doodziek. Toen Bakelandt naar het huis van die man trok en zag dat men hem de Laatste Sacramenten toediende, besloot hij geen inbraak te plegen.
Het lijk van de vermoorde broer werd bedekt met bladeren op de weg gelegd. Een man die daar te paard voorbijkwam, vond het.
Het lijk van de vermoorde broer werd bedekt met bladeren op de weg gelegd. Een man die daar te paard voorbijkwam, vond het.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
79A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Laatste Sacramenten   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Merkem   
Plaats van Handelen
Langemark   
Rozebeke   
