Hoofdtekst
Beschrijving
Kledde waren de kettingen die de boeren aan elkaar haden gebonden en waarmee ze over het veld trokken om de grond gelijk te maken. Er waren twee of drie mannen nodig om die kettingen te dragen omdat ze zo zwaar waren. Als ergens een dronkaard zat, zeiden de mensen: “Ga snel naar huis of je moet Kledde dragen!” Enkele grapjassen wachtten de dronkaard op en gooiden dergelijke kettingen over de man heen. De arme man moest die zware kettingen dan voortslepen.
Bron
L. Pauwels, Leuven, 1969
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (noord-west)
244
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lebbeke   
