Hoofdtekst
Tovenaar dwingt dief het gestelene terug te brengen. Bij mijn grootvader was er ne werkman en als hij 's avonds al naar huis was, hingen er nog twee hemden van de zijne te drogen, maar 's anderendaags nuchtings waren ze weg. “Ewel”, zei mijn grootvader, “dat is toch wel wreed dat die jongen hier nu bestolen wordt,” en hij ging te rade bij peetje Bouckaert. “Ja,” zei Peetje, “als zij nog in ulder handen zijn, zullen zij ze wel weerbrengen”. Maar twee dagen daarachter was er daar al ene met die twee hemden weer. “Kijk” zei ze, “mijn broer had ze meegepakt, maar hij en kost het niet meer uithouden, hij wierd van de ene kant naar de andere gesmeten”.
Beschrijving
Een baas stelde vast dat er twee hemden van één van zijn werkmannen waren gestolen en hij ging naar een man die over bijzondere krachten beschikte. De tovenaar sprak tot de baas: "Als de dieven de hemden nog in handen hebben, dan zullen ze die terugbrengen". Twee dagen later kwam inderdaad iemand de hemden terugbrengen. De werkman sprak: "Mijn broer had ze meegenomen, maar hij kon het niet langer uithouden. Hij werd van de ene kant naar de andere geslingerd".
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
352
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oudenaarde   
