Hoofdtekst
Naar Teerlinks, ma heeft nog gezeid dat er daar een oud mensche was die daar ging om ’t kinnige (kindje) te bezorren (bezorgen). En ’t was dat oud mensche die de toverege was en ze wiegde zij daar ossan met dat kind. En ze gingen naar de paters en zieder hebben daar stijf gelezen, dat mensche ging daar alle dage, zeien ze, en dat ze gewijgd boven de deure mosten doen, dat ze niet meer en ging binne kunnen. En ’s anderendaags, ze kwam aan de deure, en ze zeien: “’k Gaan weere naar huis wè, ‘k heb etwod vergeten”. En z’en heeft nooit meer gekommen.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een zwangere vrouw uit Houtkerke werd tijdens de bevalling bijgestaan door een vroedvrouw uit het dorp, die in werkelijkheid een heks was. De vroedvrouw wiegde het kindje de hele tijd in haar armen. De moeder van het kind ging naar de paters, die haar vertelden dat haar kind betoverd werd door een vrouw die dagelijks over de vloer kwam. De geestelijken gaven de vrouw de raad om iets gewijds boven de deur te hangen. Toen de vrouw dat had gedaan, kon de vroedvrouw niet meer binnen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
226
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
Plaats van Handelen
Houtkerke   
