Hoofdtekst
’t Was hier ook een vrouwmens, op uzen (onzen) hoek die altijd van de Mare bereen wierd. Dat kwam door ’t gotegat, geheel in ’t wit, ze zag zij dat ton (dan) op haar afkomen en ze koste (kon) ton niet meer klappen en niet meer asemen. En ze zeien, je moet water warmen en smijten, je ga zien wien dat ’t is. En ze deed zij dat ook en ze zag het, en die d’r bij was zag niet (niets). Ze zag ze zij al door ’t gotegat komen. Dat was toe (bij) Van Gheluwe’s he dat dat gebeurde. En dat vrouwmens verheus (verhuisde) in drie huizen en ze zag het iedere keer were. De Mare achtervolgde haar. Z’heeft niet lange geleefd ook, gauw.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een vrouw die half in slaap was, voelde de maar aankomen. Ze greep de maar vast bij de vinger, maar ze geraakte toch nog weg. Het was een heks uit de buurt, die later haar macht kwijtraakte door toedoen van een geestelijke. Het slachtoffer legde zout onder de dorpel en zette haar schoenen 'neus aan neus' om voortaan van de maar gespaard te blijven.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
91
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
