Hoofdtekst
Mijne jongsten broer was ziek; hij verging helegans: als hij iet at, zat dat altijd vol mieren, en zijn wiegsken was ook vol mieren! En mijn moeder en een gebuurvrouwe gingen naar Afflilghem bij de paters. En als ze weerkwamen zat dat kind al nevens ons te spelen. En dat was Sisken Groening die nevens onzend zat bij een vrouw die ook de naam had!
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een jongen die ziek was, raakte helemaal uitgemergeld. De wieg van de jongen zat vol mieren en als het kind iets at, zat het voedsel ook onder de mieren. De moeder van het kind ging samen met een buurvrouw naar de paters van Affligem. Toen ze terugkwamen, stelde de jongen hed goed. Een vrouw uit de buurt had het kind betoverd.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
420
Broer van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Affligem   
Affligem (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Voorde   
Plaats van Handelen
Affligem   
