Hoofdtekst
Beschrijving
Een man die in een toverboek aan het lezen was, zag allerlei zaken. Zijn haren stonden recht op zijn hoofd en de man ging naar de pastoor, die zei: “Je moet zo ver teruglezen als je gelezen hebt. Ik zal ervoor zorgen dat de duivel niet komt. Je neemt een maatje spurriezaad en gooit dat in de houtmijt. De duivels zullen het zaad verzamelen. Als je eerder klaar bent dan de duivels, dan zal je niets gebeuren”. De man heeft zijn boek snel aan de pastoor gegeven.
Bron
W. Van Hoof, Leuven, 1963
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (heist-op-den-berg en omgeving)
368
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hallaar   
