Hoofdtekst
Vuurgeesten brandende herder.Dat was een scheper – een eindje Holland in – die woonde bij een boer en die ging de schapen hoeden. En toen hij daar stond, kwam er een gerij over de hei gereden en daar viel iets uit, maar de jongen liet die rijden en dat was nu een poffer met veel duizenden gulden. En 's anderendaags kwamen die mannen van dat gerij daar zoeken en toen vroegen ze aan den schaapherder of hij niets gevonden had. "Neen," zei hij, "niets, want als ik dat gevonden heb, dan wil ik branden van nu af tot in der eeuwigheid." En 's avonds als hij dat gezegd had, met den lepel pap in zijn mond, vloog hij uit het huis in vuur en vlam. En toen heeft die hier lang rondgezweefd en hij kwam altijd in de buurt bij een meid als die groen aan het wasschen was op een meter of tien afstand. En de geestelijken hebben die dan weggejaagd.
Beschrijving
Een schaapherder uit Holland ging bij een boer de schapen hoeden. Toen er een kar voorbijreed, zag de boer dat er een geldbeugel op de grond viel. Stiekem raapte de herder de geldbeugel op en hield de duizenden gulden voor zich. De volgende dag kwamen diezelfde mensen daar voorbij om aan de herder te vragen of hij niets gevonden had. De herder antwoordde: "Als ik iets gevonden heb, dan wil ik branden van nu tot in de eeuwigheid. Diezelfde avond vloog de herder tijdens het eten in vuur en vlam het huis uit. De herder zweefde daarna altijd rond in de buurt van een meid die groen aan het wassen was. Uiteindelijk hebben de geestelijken het spook weggejaagd.
Bron
A. De Haes, Leuven, 1943
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps
91
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meerle   
Plaats van Handelen
Holland   
