Hoofdtekst
Op Kleit is da gebeurd. Da was de zondagnoene bij Dalle. Da was tussen de twee oorlogen. D’er waren daar een moedre en twee dochters en die moedre leesdige ook altijd in ’t geheimzinnige boeken. En de dochters hen daarover gereclameerd en ’t gezeid tegen de pastre. Ze wildige ’t nie laten. En de zondagnoene de vrijers kwamen dare en ze zeien dat er een wit peird in de weie liep. "Oh, zegt dienen oudste zeune, "’t is toverije van elder moedre." Zo hij pakt zijn geweire en schiet naar da peird en ze zagen geen nie meer. En onze (als ze) thuis kwamen lag moedre nevenst de zetle en was in bezwijming gevallen.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een vrouw die twee dochters had, las vaak in geheimzinnige boeken. Op een dag gingen de dochters dat aan de pastoor vertellen. De moeder wilde haar boeken echter niet afgeven.
Op een zondagmiddag zagen de geliefden van de dochters een wit paard in de weide lopen. Eén van de jongens zei: "Dat is toverij van jullie moeder!" en hij schoot met zijn geweer naar het dier. Toen de dochters thuiskwamen, lag hun moeder bewusteloos naast de zetel.
Op een zondagmiddag zagen de geliefden van de dochters een wit paard in de weide lopen. Eén van de jongens zei: "Dat is toverij van jullie moeder!" en hij schoot met zijn geweer naar het dier. Toen de dochters thuiskwamen, lag hun moeder bewusteloos naast de zetel.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
350
Interbellum
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sijsele   
