Hoofdtekst
Sidnie Koo, ’t wijf van Charles Vandriesche, die hier woonden als we hier toekwamen, had ook tovermanieren. Op nen zondagachternoene was ’t hier geweldig stille. ‘k Keek ne keer door een gatje in de deure, en weet je wat? Sidonie zat aan ’t ende van de tafel voor ne boek, en ip die boek lag d’er ne crucifix. Ze zat te lezen dat haar lippen daverden.
Beschrijving
In Veldegem woonde een vrouw die kon toveren. Op een zondagmiddag zag een man door een gat in de deur de heks aan tafel zitten, met een boek en een kruisbeeld vóór zich. De heks las zodat haar lippen ervan daverden.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (houtland)
321
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veldegem   
Plaats van Handelen
Veldegem   
