Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0088_0088_32849

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Als ik in dienst was vertellegen mijne vriend V.R. mij dat hij te Sint-Maria-Lierde te vrijen ging. En ge weet, ’t is ginder een eentonige bane, en ’s nachts en zie je er geen ziele op strate. Op ne nacht kwamp hij van bij zijn lief weer, en onderwegen en zag hij niet anders als katten rond hem, zodanig dat hij van zijn velo moest stappen en hem op zijn schouders dragen. “Ja, ‘k stond ‘k ik daar heel alleen, zei hij, ‘k en wist niet wat da’k moest doen.” Hij maaktegen dan een kruis mee zijn voeten op de plekken tussen de katten, azo twee keren, en ze waren weg! “Maar nadien moeie niet peinzen dat hij nog een katte dorst bekijken, dan begost hij mee ne: “ch…ch…weg, smerige ros…” en als ik hem zei dat ik dat bekanst (bijna) niet en kost geloven, werd hij kwaad hé, jong! Dat en moeste hem niet proberen af te doen! (af te strijden).

Onderwerp

SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).    SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   

Beschrijving

Een jongen ging op bezoek bij zijn vriendin in Sint-Maria-Lierde. Toen de jongen ’s nachts terugkwam, zag hij allemaal katten om zich heen, zodat hij van zijn fiets moest stappen. Nadat de jongen twee kruistekens had gemaakt, waren alle katten verdwenen.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
183
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Steenhuize-Wijnhuize    Steenhuize-Wijnhuize   

Plaats van Handelen

Sint-Maria-Lierde    Sint-Maria-Lierde