Hoofdtekst
Dat was een schoon mijnheerke die rijk was en die te vrijinge kwam bij een boerenmeiske. Ze wisten niet van waar dat hij kwam. Op ne keer dat hij bij dat meiske kwam, had ze iets laten vallen en als ze het opraapte zag ze dat hij paardepoten had. Ze ging het vertellen aan de paster, en hij zei dat ze hem niet meer mochten binnen laten en dat ze wijwater moesten smijten.
Onderwerp
SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.   
Beschrijving
Een rijke heer had een relatie met een boerendochter. Niemand wist vanwaar die heer was gekomen. Toen het meisje op een dag iets opraapte, zag ze dat de heer paardenpoten had. Ze ging het vertellen aan de pastoor, die zei dat ze die man niet meer mocht binnenlaten en dat ze alles met wijwater moest besprenkelen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
510
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
