Hoofdtekst
Ne boer sprak altêed vannen hond en dieje kâm altêed op de zelfde plak. Hê wô den hond voet jôge mor den hond zette oegen zoe groot as twi schottels.
Beschrijving
Bij een boer liep altijd een hond rond met ogen zo groot als schoteltjes. De boer slaagde er niet in de hond weg te jagen.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (herk-de-stad)
229
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stevoort   
