Hoofdtekst
- Of dat ze niet konden karnen of zo?- Ja, ja, ja, dat wel. Dat ze geen boter konden karnen. Wij zijn ook zo gevaren wê. Gij mocht heel de dag karnen, ge gingt, ge kreegt geen boter.- Aan wat scheelde dat toen?- Ja, aan wat? Ze hadden ’t al op die né. Of ’t waar geweest is of niet, ‘k weet het niet. Maar toch, ’t was algelijk alzo.
Beschrijving
Op een boerderij waar men geen boter meer kon karnen, verdacht men een vrouw uit de buurt ervan de boter te hebben betoverd.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
7
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
