Hoofdtekst
Metje Kapelle moeste heur pacht betalen. ’t Geld staak oender ’t laken van de biljart. Ameki, da geld was weg. Ze gienk no de paster, heur nood gon klagen. "Go mo were nor huus, ’t zalt er wel were oender zitten." En ’t was azo. Da geld zaat do were oender u ze zie thuus kwaam.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een vrouw die haar pacht nog moest betalen, had het geld onder het laken van de biljarttafel gestoken. Omdat de vrouw op zekere dag vaststelde dat het geld was verdwenen, ging ze te rade bij de pastoor. "Ga maar terug naar huis", zei de geestelijke, "het geld zal daar wel terug liggen!" Toen de vrouw thuiskwam, lag het geld er inderdaad weer.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (nw van houtland)
35.2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gistel   
