Hoofdtekst
Do woor een mem (moeder) en een dochter dat waren allebei heksen. De vader, wist dat niet, maar er wist nooit waar ze naartoe gongen 's avonds. Er gong de geburen af voor te zien of ze niet do waren. De buren hadden ze niet gezien. We zien ze zelden of nooit, zegden ze. Er denkt in zijn eigen: 'Waar blijven die twee toch maar, van 7 uur elke dat weg?' En toen viel hem iets in. Er dacht, ich ga gebaren of (doen alsof) ich zat ben en 's avonds om half zes deed er juist of er zat woor en lei zich te slapen op de tafel. Toen kwamen de twee binnen en ze zeggen: Wer (we) kunnen gaan, er slaapt al. Voor zeker te zijn lei de vrouw twee heet gekookte eieren in zijn hand en er hield die vast. En toen gongen ze achter de kast in en do stond een potje met zalf. De mem smeerde zich in, haar gezicht en haar handen en toen de dochter. En toen zegden ze: 'Over heggen en hagen tot Aken in de wijnkelder.' Hij sliep niet en had dat allemaal gezien en gehoord en er gong zich ook insmeren met die zalf en zei: 'Door heggen en hagen tot Aken in de wijnkelder.' En er kwam in Aken aan, heel vol schrammen, zijn hemd heel kapot gereten (gescheurd) en de mem sloeg het heksentrommelke en liet het vallen en de dochter had een viool en liet ze vallen wei (toen) er do aankwam. En de mem zei: Kom, we gaan naar huis, maar hij kon niet terug met zijn heel gezicht vol schrammen. Er gong te voet terug.
Onderwerp
SINSAG 0515 - Die Luftreise   
SINSAG 0511 - Über Weg und Steg   
Beschrijving
Een man vond het vreemd dat zijn vrouw en zijn dochter 's avonds altijd weg waren. Op een dag deed de man alsof hij dronken aan tafel in slaap was gevallen. Toen de vrouw binnenkwam, wilde ze er zeker van zijn dat haar man werkelijk sliep. Daarom legde ze twee hete gekookte eieren in zijn hand. Omdat de man de eieren vasthield, smeerden de vrouwen zich alvast in met heksenvet. Daarna zeiden ze: "Over heggen en hagen tot in de wijnkelder van Aken". Zodra de moeder en de dochter verdwenen waren, smeerde de man zich ook in met heksenvet en zei: "Door heggen en hagen tot in de wijnkelder van Aken". Toen de man in Aken aankwam, was hij zwaar gewond en was zijn hemd helemaal gescheurd. Zijn vrouw en zijn dochter waren zo geschrokken dat ze hun heksentrommel en viool lieten vallen. De man ging te voet naar huis.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
288
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mopertingen   
Plaats van Handelen
Aken   
