Hoofdtekst
We weunden vroeger ook op ’n hofstee, en met den oorloge van veertiene-achttiene, zaten er Duitse soldaten in de schure. En ’t brandde ’s nuchtend: ’t was ‘nen groten brand zulle!Ze gingen achter de paster van Anzegem en achter ’n ende, hij kwam toegelopen om te belezen. En hij vroeg mij mijn schappelier dat ‘k aanhad – dat waren toen geen medaildekens maar schappeliers – en hij smeet dat schappelier in de vlamme omdat de vlamme naar de batimenten van ’t huis niet zoude komen.En de wind was gedraaid en kijken dat die Duitsers deden!
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij verbleven tijdens de eerste wereldoorlog soldaten die in de schuur sliepen. Toen op een ochtend in de schuur brand was uitgebroken, ging men snel de pastoor halen. De geestelijke kwam aangelopen en vroeg de schapulier van de boer om in de vlammen te gooien. Nadat de pastoor dat had gedaan, draaide de wind, zodat de boerderij gespaard bleef.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
521
WOI
memoraat
Naam Overig in Tekst
Duits   
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
