Hoofdtekst
Vroeger was ich ene tijd vatsji (= koeherder) in Vreren. Doa was nog enen as derde knech(t) en die kwam altijd laat thuis, dek (= dikwijls) om een uur 's nach(t)s en dan moest er aan de brier (= barrière) opkruipen voor in te geraken. Ene vieze keer zat ene grote zwatte man a(ch)ter hem. Hij kigde (= keek) zo opzij en toen had er hem gezien. Hij was zo bang as ich weet nie wat en hij was in zijn huis gelopen, hoger op, bij zijn aas (= ouders). Mè die is niemee 's nach(t)s in(ge)komen! Dat was ook ene heks of iet.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een koejongen uit Vreren werkte samen met een knecht die altijd pas 's nachts naar huis kwam. Op een nacht kroop de knecht omstreeks één uur over het hek, toen hij achter zich een grote zwarte man zag. De knecht was zo bang dat hij sindsdien nooit meer tot 's nachts is weggebleven.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
392
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Mal   
Plaats van Handelen
Vreren   
